Stoppen met antidepressiva

Stoppen met antidepressiva

Stoppen is strijden
!
Wie beweert dat stoppen met antidepressiva eenvoudig is, weet er niks van en is kennelijk nog nooit gestopt met een antidepressivum. Het is niet gemakkelijk. U zit in de antidepressiva-val en dat merkt u pas als u probeert te stoppen. Het probleem is, dat de afkickverschijnselen lijken op de klachten die u had toen u begon met de pillen.

In de val
Paniek, duizelingen, zweten, vermoeidheid, slecht slapen of veel slapen, moedeloosheid. Dus denken veel mensen die beginnen met de afbouw van hun medicatie: “O, wat is dat? Ik wordt weer duizelig! En ik word weer somber en angstig en ik krijg nachtmerries en zweetaanvallen en ik ben zo moe en gestresst. Het is zeker nog niet over!” Logische redenatie – maar onjuist. Als u vervolgens weer uw pillen gaat slikken is de val die dichtgeklapt…

Onttrekkingsverschijnselen

Proefpersonen die helemaal geen depressie of angsten hebben, maar het middel bij een onderzoek moeten gebruiken, krijgen dezelfde afkickverschijnselen als ze stoppen met de pillen. Dat komt onder andere door de stoffen die bij de afbraak van het medicijn in het lichaam worden opgeslagen en geleidelijk vrijkomen. Dat kan maanden duren. En door de kunstmatig verhoogde serotonineconcentratie is een deel van de serotoninereceptoren in de ontvangende zenuwcel wat dieper gaan liggen en het kost tjd voor die situatie weer hersteld is.

Nog niet beter?
Nachtelijk zweten, fluittoon in het oor, nachtmerries, zelfmoordgedachten, plotselinge paniek en meer… Die effecten hebben dus niet te maken met de terugkeer van de depressie of fobie, want die hebben de proefpersonen helemaal niet gehad. Zij denken dus niet ’Ik ben nog niet beter’. Maar u wél. En u gaat twijfelen: zal ik toch maar blijven slikken? Voor alle zekerheid? Niet doen! Ook u kunt er vanaf! Echt waar.

Verzwakte wil

Door elke dag een pilletje te slikken gaf u zichzelf elke dag de impliciete boodschap: ’Ik ben ziek. Ik ben niet sterk genoeg om zonder medicijn te functioneren. Ik ben ziek en zwak.’ Daarmee heeft u uw zelfvertrouwen en wilskracht systematisch ondermijnd en verzwakt. Dat gaat zich nu wreken, want ontsnappen aan de depressiva-val eist dat u die nare gevoelens, die u probeerde te onderdrukken met pillen, nu zonder de veronderstelde hulp van chemische stoffen moet gaan verdragen. Dat valt niet mee, zo leert de ervaring van honderden miljoenen antidepressivagebruikers die u voorgingen. Maar het kán. Dus u kunt het ook.

Strategisch afbouwen

Vuistregel: elke week de dosis 10% verlagen geeft de meeste kans op de minste nare effecten. Niet op geen, want bij afkicken horen nu eenmaal afkickverschijnselen. Bij de apotheker kunt u vragen om capsules met een oplossing van uw medicijn, in een reeks van steeds lagere concentraties. Ga liever niet zelf stukjes afbreken of ingenieuze manieren bedenken om te minderen. Overleg met uw arts en laat u helpen door de apotheker. (Jázeker: de apotheker!)

Door een hel?

Mensen reageren in de opbouwfase verschillend op de medicatie en dat geldt opnieuw bij het afbouwen ervan. Sommige mensen rollen er gemakkelijk doorheen, anderen ’gaan door een hel’ en voor de rest van de mensen is het een heel vervelende periode. Herinner u er tijdens het afkicken steeds aan dat de gevoelens en lichamelijke verschijnselen niet automatisch betekenen dat u nog steeds niet beter bent, maar schrijf het meeste in eerste instantie toe aan de afkickeffecten. Vertrouw op uw lichaam en op uw psyche, u bent véél sterker dan u nu denkt.

Achterstallig psychisch onderhoud

Uw symptomen – depressie, chronische vermoeidheid, angsten, slapeloosheid – worden niet genezen door antidepressiva. Voor zover er al effecten zouden zijn, gaat dat slechts symptoombestrijding. De onderliggende oorzaken gaan er niet van over, net zomin als een gebroken arm overgaat van morfine-injecties. U hebt geen pijn meer, maar u wordt er niet beter van. U had een fysiek of psychisch probleem en als u geluk heeft, is er in de tijd dat u pillen gebruikte iets veranderd in de omstandigheden, waardoor de aanleiding is weggevallen. In de meeste gevallen ligt de oorzaak dieper, in een manier van leven, een lichamelijke stoornis, of nog dieper van binnen, in de psyche.

Oorzaken liggen per definitie buiten je zicht. Je hebt daarom de steun nodig van iemand die je kan helpen. Raadpleeg daarvoor altijd in eerste instantie je voorschrijver – huisarts of psychiater.