Stoppen met een antidepressivum mislukt heel vaak, omdat het het fysiek en emotioneel zo zwaar is.

De apenval

In de apenval…

Een apenval is een holle kokosnoot of kalebas met een klein gat waar nét een apenhandje doorheen kan. In de val zit een lekkernij – een banaan, bijvoorbeeld. Als de aap die pakt, maakt dat zijn vasthoudende hand te groot om terug door het gat te kunnen. Om zich te bevrijden moet hij loslaten wat hij juist heel graag hebben wil. En daar heeft hij niet genoeg bewustzijn voor. Wij mensen wél – toch? Of misschien toch niet…???

Wie het doet, die weet het: stoppen met je antidepressivum is niet gemakkelijk. Want pas als je wilt stoppen, wordt de verslaving in volle omvang voelbaar – al beweren apotheker, dokter en psychiater om het hardst dat antidepressiva niet verslavend zijn: ze zijn het wél. Het is een kwestie van definitie van het begrip verslaving. Formeel moet een stof twee effecten hebben om het predicaat ‘verslavende substantie’ te verdienen: als je stopt krijg je onttrekkingsverschijnselen én je hebt er steeds meer van nodig om hetzelfde effect te bereiken. En dat laatste is niet het geval bij antidepressiva. Semantiek. Woordspelletje. Maar ook: boerenbedrog. Want probeer maar eens te stoppen en zeg dan nog eens dat het niet verslavend is…

De Apenval
En dan: de val! Een succesvolle apenval heeft een sterke aantrekkingskracht. Bij hongerige aapjes is dat een lekkernij – bijvoorbeeld een banaan. Bij mensen in psychische problemen is dat een klein pilletje dat grote beloften doet: ‘Als je mij elke dag slikt, gaan ál je nare symptomen weg: de somberheid, je verdriet, je angst, je verlegenheid, je dwang, je stress, je eenzaamheid. Dan ga je je weer lekker voelen, gelukkig zelfs! Neem mij nou maar, je mist gewoon een stofje…’ Wie kan zo’n belofte weerstaan? Niet veel mensen, vandaar dat er gemiddeld zo’n 1,1 miljoen Nederlanders elke dag braaf hun hand in het pillenpotje steken en hun medicijn slikken. Da’s ongeveer 10% van de volwassen bevolking! Wie dagelijks slikt voelt dat niet als verslaving en de gebruiker heeft helemaal niet in de gaten dat hij in de val zit: integendeel, het gaat nu immers veel beter? En er zijn wel veel bijwerkingen ‘maar ja, een kleinigheidje hou je altijd en ik kan nu tenminste weer werken…’ Maar op een dag wil je stoppen en pas dán voel je dat je in de val zit. Zoals de aap die weg wil lopen merkt dat hij vastzit aan de kalebas…

U mist gewoon ‘een stofje’
Want wat wil het geval? De afkickverschijnselen zijn vaak gelijk aan de klachten die je had toen je aan de pillen begon! Mensen die de pillen krijgen om aan meer lichaamsgewicht te komen (jaja, dat gebeurt écht!) worden bij het afbouwen bang, somber, suïcidaal, agressief, misselijk, duizelig – enzovoort. Maar wie begon vanwege depressie of paniek, krijgt van de dokter te horen: ‘Tja, u ziet het: uw klachten komen terug, nu is het wel helemaal duidelijk – u mist dat stofje… Gaat u maar vlug weer terug aan uw medicijn, dan zal het snel weer opknappen…’ Wat een kromme redenatie is dat! Ter vergelijking: een alcoholist met een kater knapt ook enórm op van die eerste borrel ’s morgens om 10 uur, maar dat wil nog niet zeggen dat hij een stofje mist!

‘Heel geleidelijk afbouwen’ is vaak een onmogelijke opgave
De onttrekkingsverschijnselen kunnen worden verminderd door heel geleidelijk afbouwen. Wat ‘heel geleidelijk’ precies is blijkt zeer persoonlijk te zijn. Er zijn vuistregels, maar ieder mens is anders. Het kan te snel, maar ook te langzaam. Het is zoeken. Daarbij helpt het als er heel precies kan worden gedoseerd, maar de pilletjes zijn klein. Een halve nemen kan, een kwart ook nog wel (hoewel dat al behoorlijke variatie kan geven!), maar wie per 2 of 1 mg wil afbouwen staat voor een heel lastige opgave.

Oplossing is de oplossing
De oplossing is: een oplossing! Breng de pilletjes in oplossing – of als de stof slecht op-lost ‘in suspensie’ – en druppel dan de juiste hoeveelheid. En: dat kán. Van vier antidepressiva is er een oplossing verkrijgbaar. Van de andere NIET. Of: niet op recept. De apotheker kan het speciaal voor u maken – hoewel apotheken meestal gewoon zeggen ‘Dat is er niet, dat kan niet én dat is helemaal niet nodig’ – waardoor het twee tot drie keer duurder wordt. En de verzekering betaalt die meerprijs niet. Nóg een klem die dichtklapt als u gaat stoppen: het gaat u geld kosten.

In de val
Ook uw omgeving blijkt dan deel van de val te zijn als u zich niet lekker gaat voelen. ‘Neem toch weer je pilletje, daar voelde je je toch goed bij? (ze bedoelen: ‘Toen hadden we geen last van je’) je mist gewoon een stofje (iedereen kent die niet-bewezen theorie tegenwoordig), net als iemand die suikerziekte heeft… En blijf dan maar eens overeind: de dokter, de psychiater én de mensen in je directe omgeving zeggen allemaal ‘néém het nou maar, dan voel je je snel weer beter…’ Dát is de apenval. En die voel je pas als je gaat stoppen…